donderdag 8 juni 2017

Budgetteren, hoe begin je er aan?

Budgetteren

Wanneer ik in mijn omgeving vraag hoe ze bepalen hoeveel geld ze mogen uitgeven zie ik meestal de wenkbrauwen omhoog gaan. Blijkt dat heel wat mensen gewoonweg leven van maand tot maand. Extra’s worden op een spaarrekening gezet en daarmee betalen ze dan onverwachte uitgaven.

Overzicht inkomsten en uitgaven

Budgetteren betekent dat je een overzicht maakt van alle maandelijkse en jaarlijkse inkomsten en uitgaven. Hiervoor kan je gebruik maken van jouw bankuittreksels. Op die manier bepaal je of er op maand- of jaarbasis budget overblijft om te sparen, beleggen of investeren. Indien dat budget niet beschikbaar is dan kan je een controle opstellen om te bepalen waaraan je al dan niet teveel geld spendeert.

Om te kunnen controleren of je ergens al dan niet teveel geld uitgeeft of te weinig inkomsten verwerft moet je dus alle uitgaven en inkomsten gaan opdelen in groepen. In de eerste plaats maak je een opdeling in maandelijks en jaarlijks, vervolgens inkomsten en uitgaven en vervolgens regelmatige en niet-regelmatige inkomsten, vaste uitgaven en andere uitgaven. Wanneer je merkt dat je regelmatig meer uitgeeft dan verwerft dan is er natuurlijk iets fundamenteel aan de hand.

Jaarlijks Maandelijks
INKOMSTEN INKOMSTEN
Regelmatige inkomsten Regelmatige inkomsten
   
Niet-regelmatige inkomsten Niet-regelmatige inkomsten
   
UITGAVEN UITGAVEN
Vaste uitgaven Vaste uitgaven
   
Andere uitgaven Andere uitgaven
   

Overzicht categorieën

Waarschijnlijk is er wel een evenwicht in jouw budget maar zou je graag wat extra geld overhouden om te sparen. Een volgende stap is dan het bijhouden van alle uittreksels en kassatickets om gedetailleerd te gaan bepalen waar het geld vandaan komt en waar het heen vloeit. Hiervoor werk je best met categorieën. Je groepeert jouw eigen uitgaven, hiervoor kan ja natuurlijk algemene opdelingen overnemen en vervolgens aanvullen met jouw eigen uitgaven.

In België werkt het ‘Centrum voor budgetadvies en –onderzoek’ ieder jaar een referentiebudget uit. Het huishoudbudget, die de basisbehoeften binnen onze maatschappij dekt, wordt gebruikt voor het bepalen van de minimuminkomens. Het huishoudbudget bevat 10 categorieën: voeding, kleding, gezondheid, huisvesting, veiligheid kinderen, rust en ontspanning, onderhoud relaties, mobiliteit en onvoorziene uitgaven. De categorieën worden verder uitgelegd in de samenvatting van het boek: “Wat heeft een gezin minimaal nodig? Een budgetstandaard voor Vlaanderen” [1].

Huisvesting (Huur, water, elektriciteit, gas, mazout, onderhoud, herstellingen, …)
Voeding (Maaltijden, snacks, drank)
Kleding (Draagtijd kind 1 jaar, draagtijd volwassenen 3 jaar)
Gezondheid (dagelijkse hygiëne, cosmetica en anticonceptiva, medicijnen, consultaties, ziekenfondsbijdrage, zorgkas en hospitalisatie)
Veiligheid (Brandverzekering, familiale verzekering, kosten bank, rookmelders, co2 melder, sloten, blusdeken,..)
Veilige kindertijd (Sport, uitstappen, zakgeld, gsm, computer, jeugdbeweging, cultuur)
Rust en Ontspanning (Vakantie, sport, uitstappen, cultuur, elektronica)
Sociale relaties (Geschenken, feesten, identiteitskaart, inkomstenbelastingen, gemeentebelastingen, provinciebelastingen, huisvuilophaling,…)
Mobiliteitsbudget (Autobelastingen, autoverzekering, benzine, onderhoud, openbaar vervoer, parking, fiets, herstellingen,…)

Beslissen of je al dan niet moet budgetteren op sommige zaken kan je doen op basis van jouw eigen principes of je kan jezelf gaan vergelijken met anderen. Op de website van CEBUD is er een budgetvergelijker [2]. Binnen deze webapplicatie kan je op basis van jouw eigen inkomsten, rekeninghoudend met een aantal vaste uitgaven zoals huisvesting en mobiliteit, jouw budget afstemmen op een referentiebudget om te bepalen voor welke categorieën je onder of boven het gemiddelde zit.

Mijn referentiebudget

Volgens het ‘Centrum voor Sociaal Beleid’ [1] heeft een alleenstaande vrouw met 1 kind, afhankelijk van de leeftijd van het kind, tussen de 1.274 en 1.539 euro per maand nodig om niet onder de armoedegrens te belanden. Het huishoudbudget werd opgedeeld in 10 categorieën: voeding, kleding, gezondheid, huisvesting, veiligheid kinderen, rust en ontspanning, onderhoud relaties, mobiliteit en onvoorziene uitgaven.

Bronnen

Boeken

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen